Choet of fout

Drie weken geleden deed ik een oproep aan de jongeren onder de 17 in deze kerk. Ik vroeg hen of ze mee wilden denken over deze dienst. Of ze verlangens hadden om iets te tonen, of om enkele liederen te zingen die ze mooi vinden, of waarmee ze een band hebben. Of een ander  idee voor de invulling van de dienst. Ik had wel over deze dienst nagedacht, maar ik had er nog geen invulling aan gegeven. Ik wilde gewoon weten wat er speelde in de gemeente binnen een bepaalde leeftijdsgroep. Om zo relevant te zijn voor deze groep.

Één van de jongeren stelde het thema choet of fout voor. Ik vroeg hem wat hij bedoelde en hij lichtte het toe. Hij keek wel eens horrorfilms, mag dat als je gelooft in God? En hoe zit dat met niet-christelijke muziek? Mag je daar wel naar luisteren? Want als je sommige nummers terugdraait, dan kan je soms duivelse teksten ontwaren. Ik gebruik hier echt het woord ontwaren, want echt verstaan kan je het niet. Ik stond even met mijn oren te klapperen. Wordt er nog steeds popmuziek teruggedraaid? Dat was iets van 30 jaar geleden. Maar echt, als je gaat zoeken op het internet, kan je nog steeds artikelen lezen over dit fenomeen.

Ik vond het leuk hoe er nagedacht werd over deze dienst en ik nam de uitdaging aan. Al vond ik het wel een lastig thema. Maar het nestelde zich in mijn gedachten. Want wat voor antwoord moet je geven? Zou ik richtlijnen moeten maken? Bestaan er dit soort richtlijnen? Wat zegt de Bijbel hierover? Waar zou ik moeten gaan zoeken in de Bijbel? Een zoektocht begon. En ik wil jullie in deze preek graag meenemen in deze zoektocht?.

Google is your friend, dus eerst ben ik op internet gaan zoeken. Met de trefwoorden horror en christelijk kreeg ik heel wat zoekresultaten. Er zijn heel wat pagina’s over geschreven. Zo krijg je pagina’s met negatieve ervaringen na het kijken van horror, waarbij mensen niet meer kunnen slapen, of onder de douche staan al een nachtmerrie wordt. Of zelfs het kijken naar het douchputje al eng is. Ook waren er heel wat pagina’s met waarschuwingen om als Christen niet naar Horror te kijken. Je gaat je bezig houden met het kwaad, in plaats van met God en dat houd je weg van God. Zo waarschuwden deze pagina’s

Maar ik vond ook pagina’s die dit onderwerp van de andere kant benaderden. Daar stond dat je als christen gerust kan horror kijken, want je bent beschermd door de Heilige Geest. God is er bij, dus wat kan je overkomen? Het meest opmerkelijke wat ik vond was een site waarop uitgelegd stond dat veel horror niet anders is dan christelijke propaganda. Daar moest je als niet-christen absoluut niet naar kijken! Als uitleg werd gegeven dat geesten werden uitgedreven door priesters, het kwaad wordt met veel vertoon bestreden en de kerk is vaak een veilige plek om te schuilen. Opmerkelijk.

Weer terug even naar het begin, de vraag werd gesteld, hoe je een juiste keuze kunt maken, Wat is goed en wat is fout? Mag je van je God naar horrorfilms kijken? Wanneer is je gedrag goed of fout? Waar ligt de scheidslijn? Is die er wel?

Want is alleen horror zo schadelijk? Wie kijkt er wel eens naar een soap, zoals Goede tijden slechte tijden?  In een beetje soap gaat het erom om elkaars leven zuur te maken. De hoofdrolspelers wisselen van relatie, ze zetten elkaar een hak op het werk. En tijdens het potje golf bespreken ze met elkaar hoe ze iemand anders kunnen bedriegen (dat denken ze, want ieder heeft ook weer een eigen agenda). Om de soap interessant te kunnen houden worden dit soort intriges ingebakken. Maar je kijkt wel naar mensen zoals jij en ik, vaak iets luxer, maar het zijn mensen die worstelen met een bepaald probleem.

Of wie volgt er een vlogger, zoals bijvoorbeeld Enzo Knol, Meisje Djamilla of Nikkie de Jager? Nadat ik er een paar bekeken had viel het mij op, dat het vaak gaat om uiterlijk en  materialisme. Er worden nieuwe producten getest, games besproken of trends ingezet. En als je ze volgt hoor je erbij.

Ook popmuziek kan zijn invloed op je hebben. Wieke en ik hadden het afgelopen week over een ontzettend lief refrein van Acda en de Munnick. Ik geef toe, we zijn wat ouder, dus vandaar ook wat oudere muziek. Het refrein luidt: als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee? Heel lief. Maar het lied begint met de tekst, Ik ken je nu een dag of twee ,Wil je nu al nooit meer missen. Aan het eind van het couplet luidt de tekst: En terwijl ik naar je kijk Hoe jij in ons bed ligt te slapen….. na twee dagen duik je met elkaar het bed in. Dat is geen one-night stand, dat is een two-night stand. Popmuziek kan ook zo zijn invloed hebben, daarvoor hoef je de muziek niet eens terug te draaien. Gewoon luisteren naar de tekst kan al voldoende zijn. Films, muziek, internet, het zijn allemaal elementen die je tegenkomt in je dagelijkse leven. En die invloed op je hebben.

Choet of Fout. Dat een jongere, jonger dan 17 jaar dit thema aandraagt is eigenlijk logisch. Zodra je naar de middelbare school gaat, ga je ook opnieuw keuzes maken. Waarom koop je welke schoenen? Welke kleding past bij jouw image? Wie ben je? En waar sta je voor? Je bent bezig je eigen leven op poten te zetten. En je eigen stijl te ontwikkelen. En daar hoort je geloof ook bij.

En wij volwassenen kijken toe en proberen de jongeren te begeleiden. Want wij weten wel wat goed of fout is en daar houden wij ons echt wel aan. We zijn daar bijna wettisch in, kan je soms wel zeggen. En dat is niet zo handig. Want we zijn ouder geworden en de wereld om ons heen is veranderd. Zijn de normen en waarden die we van thuis uit hebben meegekregen, zoals we dat zo mooi noemen, nog wel van toepassing in de huidige leefwereld van de jongeren? Heeft u onlangs nog een zoektocht gedaan in Gods woord om uw normen en waarden voor u zelf te toetsen? Tijdens deze zoektocht werd ik blij van dit thema, want ik moest weer gaan onderzoeken waarop ik mijn keuze tussen Goed en fout baseer.  De vraag die mij aangedragen werd zette ook mij aan het denken.

Ik ben gaan zoeken naar antwoorden. Ik heb gebeden om een richting en om steun bij het schrijven van deze overdenking. Want waar kan ik zo’n antwoord vinden? Wil ik wel een antwoord geven? En wat wil God dat ik doe?

Spittend in de Bijbel, kwam ik uiteindelijk uit bij de eerste brief van Paulus aan Korinthe. Paulus is op zijn tweede en derde zendingsreis in Korinthe geweest. Hij heeft daar een gemeente gesticht. En met die gemeente ging het niet altijd even goed. En dat lag niet aan de hoeveelheid mensen die er kwamen. Nu moet je weten dat Korinthe een stad is die ligt op een handelsroute even ten zuiden van Athene precies op de smalle landtong naar het schiereiland Peloponnesos. Een heel tactische plaats, iedereen moest langs die stad om verder te reizen. Er was dus veel verkeer. En waar veel verkeer is ontstaat handel. Mensen moeten eten en drinken, ze moeten kunnen overnachten. En zodra ze dat gaan doen komt er ook vermaak. Even heel kort gezegd, Korinthe was een stad van seks, drugs and Rock&Roll. In die stad stichtte Paulus een christelijke gemeente.

Je kunt je wel voorstellen dat het voor die gemeente moeilijk was om zichzelf staande te houden. Zeker daar het een jonge gemeente was, van een jonge godsdienst. Het nieuwe testament ontstond in die tijd, ze waren het nog aan het schrijven. Eigenlijk moesten ze het hebben van wat Paulus hun in de eerste anderhalf jaar had verteld. En ik weet het niet zeker, maar het zou me weinig verbazen als ze ook geen Bijbel hadden. Boekdrukkunst was er nog niet, een copie van een Bijbelboek werd handmatig overgeschreven. Dat was duur. En konden de Grieken wel Hebreeuws lezen? Of was er een Griekse vertaling aanwezig in Korinthe? Ik heb het niet kunnen achterhalen. Wat ik duidelijk probeer te maken is, dat deze jonge gemeente aan de hand van wat Paulus hun verteld had, moest gaan zoeken naar de weg was die Jezus hun voor hun bedoelde. En dat is lastig.

Het gevolg is ook dat de gemeente in Korinthe heen en weer schuift tussen dat wat Paulus gezegd heeft, de interpretatie van enkelen uit de gemeente van die woorden en de invloeden van de stad van seks, Drugs  and Rock&Roll.

Waarom besteed ik hier zoveel aandacht aan? Bennekom staat nu niet bekend om zijn seks, drugs and Rock&Roll. Toch leven we wel in zo’n wereld. Of we nu de tv aanzetten, of we de reclame in het bushokje zien,  of we op internet aan het surfen zijn, of via onze werk- of schoolomgeving , we komen op de een of andere manier in aanraking met aspecten van onze samenleving die niet volgens Gods weg zijn.

Weer terug naar de brief. En het stuk daaruit wat we vandaag gelezen hebben. Het was nog al een stuk. Maar juist dit deel heeft volgens mij de juiste denkwijze voor de vraag van vandaag. In dit gedeelte waarschuwt Paulus voor verleidingen. Natuurlijk sta je sterk in Jezus, maar verleidingen zullen er zijn. En hoe ga je daar mee om in relatie met God?

We beginnen bij vers 1, Paulus gebruikt hierbij de bevrijding van het volk van God uit Egypte als voorbeeld. Zie je een parallel? Bevrijding door God, de één uit Egypte de ander door Jezus? Over het volk van God schrijft Paulus dat ze allemaal dezelfde achtergrond hebben. Ze werden allemaal beschermd door de wolk die voor hen uittrok. Ze zijn allemaal gedoopt door het water waar ze met Mozes doorheen trokken. Ze hebben allemaal het voedsel gegeten dat hen werd aangereikt door God. Ze werden geestelijk gevoed. Het lijkt dat Paulus hier zegt, dat de geestelijke opvoeding van het hele volk gelijk is, maar toch heeft niet iedereen het beloofde land bereikt. En Paulus geeft aan waar ze gestruikeld zijn: er werden afgoden aanbeden, ontucht gepleegd en God werd uitgedaagd. Ze zijn gestorven in de woestijn en zijn niet naar het beloofde land gekomen. Wees dus gewaarschuwd dat er verleidingen op je weg zijn, verleidingen die je kunnen opslokken. Die je weg houden van God. En ook al denk je dat je stevig overeind staat, blijf alert.  Maar wees ook gerust, want de verleidingen waaraan je ongewild bloot wordt gesteld, zijn niet boven je machten. Samen met God kan je ze overwinnen. Ze zijn niet onmogelijk. Aldus Paulus.

De verleidingen zijn er, maar dan? We gaan terug naar de geloofsopvoeding, net als de Israëlieten zijn we gevormd. Dus hoe staan we eigenlijk in ons geloof? Paulus schrijft hier dat we als gemeente van christus, door het brood dat we delen en de wijn die we drinken, doordat we het lichaam en het bloed van Jezus delen, dat we onderdeel worden van het bloed en het lichaam van Hemzelf. En daarmee horen we meteen ook bij elkaar . Door God en samen met God zijn we één lichaam, Christus als hoofd en de kerk als lichaam. En wie je ook bent, je mag daarbij horen. En dat is een keuze.

Stel, dat je denkt het zal wel allemaal. Je gaat je aandacht leggen op andere zaken, tegenstrijdig met die gemeenschap, het lichaam van Christus. Dan kunnen die andere zaken je gaan opslokken. Je wordt er onderdeel van. En na een tijdje merk je dat je ook niets meer te zoeken hebt in de kerk. Je gaat je afzijdig houden, je zoekt geen contact meer op en voor je het weet is de band met God en Zijn gemeente weg. Je bent geen onderdeel meer van Gods lichaam.

Dat is wat Paulus hier aanhaalt. Die afgoden bestaan niet, zo schrijft hij, maar de rituelen die erbij horen kan je afhouden van de gemeenschap waar je bij hoort. Die gemeenschap, samen met God.

Weer terug naar onze tijd. Dan is de vraag die we onszelf mogen stellen, welke dingen in onze samenleving houden je weg bij God? En hoe ga je daar mee om?

Paulus geeft dus een duidelijk standpunt. Je kiest voor God en de gemeenschap van God. Maar hoe werkt dat dan in het dagelijks leven? Paulus schrijft het volgende. Vers 23: U zegt: “Alles is toegestaan.” Zeker, maar niet alles is goed. Alles is toegestaan, maar niet alles is opbouwend.

Wat Paulus hier waarschijnlijk bedoelt is dat we niet hoeven uit te zoeken wat goed en wat fout is. Zoals er staat in de brief, u mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht, immers alles komt van de Heer. En als daar dus offervlees tussen zit, maar je weet het niet, dan is dat geen probleem.  Maar als iemand je er op wijst dat wat je eet dat je dat eigenlijk niet mag eten (vers 28), doe het dan niet. Eet het niet. Want als je het wel doet, dan lijkt het alsof je vindt dat je eigen geloof niets voorstelt. Jij hecht misschien geen betekenis aan het eten van offervlees, maar een ander kan dat wel doen. En dat moet je zien te voorkomen.

Moeten we ons dan terugtrekken in een christelijke bubbel? Nee, dat denk ik niet. Want Paulus schrijft in vers 30:  Er is toch niemand die kwaad van mij kan spreken om wat ik eet, als ik God maar voor mijn eten dank? Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet,  doe alles ter ere van God.  Paulus schrijft dat als je dankt voor je eten, dat eigenlijk niemand je iets kan maken. Je draagt het eten als het ware op aan God. Met andere woorden je maakt het eten onderdeel van jouw relatie met God.

In de vraag, hoe om te gaan met goed en fout, wel of niet horror kijken, zal je na moeten gaan of je dat doet ter ere van God. De jongere die het thema aandroeg is zich bewust van het probleem. Zodra er geesten in de horrorfilm zouden voorkomen wil hij deze film niet zien. Hij vraagt zijn niet-christelijke vrienden om de trailer te bekijken om te beoordelen of deze grens overschreden wordt. Deze jongere neemt zijn geloof serieus en hij neemt zijn vrienden daar in mee. Ook denk ik dat Gebed een goed middel is. Voor dat je op de bank schuift voor GTST even bidden of God mee wil kijken. Dit klinkt  heel simpel, maar het is volgens mij de beste manier om er achter te komen. In alles wat je doet.

Maar er is meer. En dan kom ik tot het eerste deel van dit tekstgedeelte. Daar lazen we dat er mensen vanuit het volk van God bezweken tijdens de reis naar het beloofde land. Maar er waren ook mensen die het beloofde land wel haalden. Met andere woorden, er zijn ervaringsdeskundigen. En dat geldt ook voor de gemeente. En het goede van ervaringsdeskundigen is  dat die met je mee kunnen lopen. Samen mogen we dus worstelen met de vraag of je wel of niet horror mag kijken. Samen worstelen met de vraag wat goed is of wat fout. Samen komen we er misschien wel uit.  Het zou wel mooi zijn als we ons samen over dit soort vraagstukken buigen. Zo kunnen jongeren leren van de volwassenen en de volwassenen leren van de jongeren. Het is een gesprek, een tweespraak, waarbij er veel geluisterd wordt en veel vragen gesteld worden.

Ons geloof is een zoektocht, we blijven in beweging. Bespreek wat goed en fout is  met je mede christenen. En ga samen op weg, op de weg van Jezus. Of je nu theoloog bent of in de industrie werkt. Of je nu naar school gaat of met pensioen bent, blijf met elkaar praten over wat goed en wat fout is. En durf je normen bij te stellen. Want we weten het niet. We geloven.

Advertenties