Jezus, de revolutionair van God

In onze boekenkast staat dit boekje:  “Zo begin je een revolutie” van Nadja Tolokonnikova. Ik heb het ooit gekocht als inspiratie voor een boek, waarin ik de basis van mijn geloof in Jezus te beschreef. Dit boek is wel geschreven, maar nooit uitgegeven.

Dit boek schoot me wel in de herinnering, toen ik het stuk van vandaag las, en alle stukken er om heen. Jezus is in dit gedeelte ongewoon bezig. Revolutionair zou je het kunnen noemen; bijzonder, met grote gevolgen, zo lees ik op internet als ik het woord opzoek.

En dat is Jezus ook. Jezus is een revolutionair. En velen zien Hem zo, ook niet-christenen. Zie zien in Jezus  een soort Gandhi, een soort Che Guevara. Iemand die duidelijk zijn sporen heeft nagelaten en een verandering heeft aangebracht in de samenleving. En dat klopt ook.  Als er iemand is die een stempel op onze huidige samenleving heeft nagelaten, is dat wel het Jezus wel en met Hem zijn volgelingen, de christenen.

Vanaf het moment dat het christendom Europa binnen trok en even later een staatsgodsdienst werd,  zo eind 4e eeuw na Christus, heeft het zijn sporen nagelaten. Er hebben missionarissen rondgetrokken , er zijn missionarissen vermoord, Bonifatius (754, Dokkum), doordat ze soms iets te voortvarend te werk gingen. Kerken zijn er gesticht, kloosters opgericht en oorlogen gevoerd. Vanuit de kloosters zijn er gasthuizen voortgekomen, armenhuizen voortgekomen, waardoor we nu ongeveer aankomen bij onze verzorgingsstaat. Dit is even heel globaal een rijtje effecten van het christendom in Europa. Deze opsomming is absoluut niet representatief en volledig. Ik noemde gewoon een aantal aspecten.

Dat Jezus een revolutionair was, blijkt ook wel uit de hoofdstukken die staan rondom de schriftlezing van vandaag. Hij heeft zijn ‘team’ van discipelen, is regelmatig in de clinch met de Farizeeën, heeft het over recht doen, en leert de omstanders, dat Gods Koninkrijk tegengesteld is tot wat ze tot nu toe begrepen van hun geloof in God.

Waar veel revolutionairen de politieke leiders aanvalt, grijpt Jezus de religieuze, kerkelijke leiders orde aan. Zo vergelijkt hij de Farizeeën en wetsgeleerden met een onzichtbaar graf (11:44). Dit is echt een botte belediging. Ik zal het even toelichten. De Joden hadden hun reinheidswetten en het aanraken van een dode zou hen onrein maken. Ook het aanraken van een graf valt onder deze vorm. Dus een onzichtbaar graf, waar je dus zo overheen kunt lopen, is een ernstige val. Zonder dat hij het weet, zou een jood onrein kunnen worden. De vergelijking met een onzichtbaar graf, kan je dus opvatten dat Jezus de Farizeeën niet alleen onbekwaam vind, maar zelfs ontoerekeningsvatbaar. Ze misleiden de Gelovigen, waarover ze zouden moeten hoeden.

Jezus valt niet alleen de gevestigde orde aan. Hij geeft ook aan zijn leerlingen en de mede toehoorders aanwijzingen voor het goede leven met God. Zoals God het ooit bedoelt heeft, ten tijde van Eva en Adam, ten tijde van de wetgeving bij de Sinaï.

En omdat Jezus zo anders was en ten strijde trok tegen de kerkleiders van toen, dachten ook enkele van zijn volgelingen dat Jezus de Romeinen zou gaan verslaan en als Zoon van David als koning van Israël gekroond zou worden. Ze zagen Jezus als politieke revolutionair. Maar dat was Hij niet. Hij was revolutionair voor de mensen in hun geloof in God, hij was revolutionair op zijn eigen terrein, als zoon van God. En dat deelde Jezus.

En zo lees ik ook de tekst van vandaag. Een pittige tekst, maar ook één van de kernstukken uit het evangelie, volgens mij. Een basis in je geloof. De zorg van God voor ons. Dat we ons geen zorgen hoeven te maken over onszelf, wat we zullen en wat we zullen dragen. Het is nog al een heftig stuk wat hier staat. Samenvattend in de laatste verzen (Vers 29): “Ook jullie moeten niet nadenken over wat je zult eten en wat je zult drinken en jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. (33) Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen.”

De tekst van vandaag gaat over Gods wereld versus het aardse leven, het leven zonder God. Welke is je thuis? Waar voel je je het beste? Op je gemak? Is dat Gods wereld, de wereld van vertrouwen. God zorgt voor je, hij voedt je, Hij kleedt je, Hij zorgt dat het je aan niets ontbreekt?

Of de wereld waarin wij leven? De wereld van het eten van de supermarkt, de kleding van H&M, en de woning die je huurt of gekocht hebt?

Als ik het tekstgedeelte van vandaag lees, wordt ik altijd wat ongemakkelijk. Het is nogal een keuze. (24) Kijk naar de raven, zij zaaien niet, ze oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. En dan denk ik, ja, maar ze worden ook niet oud. Als er geen eten is, gaan ze dood. En als ik naar de supermarkt kan gaan, blijf ik leven, mits ik er wat koop, natuurlijk. En daarvoor heb ik geld nodig, voldoende geld, zodat ik er ook wat kan kopen.

Het zelfde geldt voor mijn kleding. (27) Kijk naar de lelies, (…) zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als 1 van hen. Nu heb ik geen afbeelding van Salomo, maar we weten dat hij zowel wijs als rijk was. Als er iemand geld genoeg had om zich mooi te kleden, dan zal hij het zeker wel geweest zijn. Maar dat wat God maakt en laat groeien is mooier. Zeker als je een lelie van dichtbij bekijkt, is elk blad gewoonweg prachtig.

In deze teksten geeft God zijn getuigschrift, zijn aanbevelingen. In feite zegt Jezus hier over Zijn Vader:  “Dit is wat ik doe, deze zorg besteed ik hier al aan, aan deze details, dus waarom zou je mij niet vertrouwen met het grotere werk, het werk in jouw leven en met jouw leven.” En met de verwijzing naar Salomo zegt Jezus ook, dat God dat al best wel een tijdje zo doet.

Tja,

Bij de supermarkt weet ik tenminste wat ik krijg. Ik kan mijn eigen boontjes kopen om te doppen, mijn melk waar ik zelf iets in kan brokkelen. Dat is tastbaar, dat kan ik controleren. Daarmee heb ik elke dag voldoende te eten, en te drinken. Dus waarom zou ik voor God kiezen en zijn koninkrijk eerst gaan zoeken?

Nou, daarvoor schakel ik even over naar het boekje dat ik liet zien; Zo begin je een revolutie van  Nadja Tolokonnikova. Nadja is een Russin, ze strijdt in Rusland tegen het bewind van Poetin. Die als een dictator het land bestiert. En in dit boek beschrijft ze wat haar beweegt en wat ze mee heeft gemaakt in deze strijd. Ze is (of was) een actief lid van de punkband Pussy Riot. Met deze band geeft ze zeer korte en heftige optredens in het openbaar. Protest optredens.

En even voor de goede orde, nee, ik ga geen optreden van ze laten zien ter illustratie. Dus maakt u zich geen zorgen. Daarnaast, mocht je dit boek willen lezen, het taalgebruik is niet altijd even fris, en dat is een understatement.

Deze protestoptredens van deze band zijn voor de leden van deze vrouwenband gevaarlijk. Met hun teksten richten ze zich tegen Poetin en zijn machthebbers. Dat zint de president van de republiek niet, en zeker niet de gevestigde orde en haar handhavers, de politie. Dus die zijn er als de kippen bij als er een ordeverstoring is, die tegen Poetin gericht is.

Daardoor is hun vorm van optreden is interessant te noemen. Het zijn zogenaamde pop-uptredens op bijzondere opvallende lokaties. Zoals bij het Witte Huis in Moskou, Het Russische Kabinet zit daar.  Ze moeten ter plekke hun muziekinstallatie opbouwen en dat moet snel gebeuren, liefst binnen de halve minuut. Want voor je het weet is de politie er en is hun statement niet gemaakt.

Met deze pop-up optredens hebben ze wel een bekendheid gekregen. Niet alleen bij fans en mede protesteerders, maar ook bij de machthebbers en de politie. En dat heeft uiteindelijk als resultaat gehad dat twee van de leden van deze band gevangen hebben gezeten en zelfs in één van de lastigste kampen van Rusland.

En ook daar is hun protest niet gestopt. De omstandigheden zijn daar verschrikkelijk te noemen. De vrouwen moeten daar 12-16 uur per dag werken, protest betekende de isoleercel, en dat dat niet genoeg was, was er nog wel een krappere isoleercel, waar bewegen nauwelijks mogelijk was. De schrijfster van het boek ging daarom in hongerstaking. Uiteindelijk resulteerde dat in verbeterde omstandigheden.

De motivatie van deze band  komt voort uit het feminisme, anarchisme en christendom. Als je het boek leest zal je hier en daar zien dat ook Jezus als bron wordt gezien. Teksten als “Jezus biedt eindeloos veel mogelijkheden” en ‘Jezus is het best, vergeet de rest’ duiden toch wel op een christelijke basis. En bij haar verdediging in de rechtbank gebruikt ze een tekst uit de bergrede, namelijk de zaligspreking, op als verdediging. Nogmaals, dit boek is absoluut geen christelijk boek, maar deze verwijzingen zijn opmerkelijk te noemen.

Wat me opviel waren twee uitspraken in dit boek.

 Mensen zijn vaak niet bereid om met volle kracht te leven, om goed en mooi te leven, alsof ze maar één keer leven en dat voor het laatst. Ze leven alsof ze nog 500 jaar te gaan hebben.

Maar je hebt geen 500 jaar. Leef met volle kracht.

En:

Alles wat ook maar een beetje waardevol is in de geschiedenis van de mensheid is ontstaan omdat iemand bereid was zich op te offeren voor een idee, voor een zaak, of voor iemand anders. Grootse kunst, grootste politiek, een grote religie en uiteindelijk grote liefde vinden hun oorsprong in het gegeven dat iemand die niet bang is geweest zich op te offeren en naar voren is gekomen.

(…) Soms moet je jezelf offeren.

Beide teksten staan in elkaars verlengde. En ik kan ze beide betrekken op Jezus. In drie jaar tijd heeft hij de geloof in God weer teruggebracht naar de oorsprong. Jezus heeft drie jaar lang verteld over Gods liefde voor de wereld die hij gemaakt heeft. Hij heeft verteld dat God boven alles staat, boven de Farizeeërs, boven de zorgen die je hebt, boven de pijnen die je van deze wereld krijgt. God staat boven de zonden die wij begaan. God is de beste God die je kan hebben. En vertrouw die God dus in je hele leven in alle aspecten van je leven. Bij geboorte, bij ziekte, bij sterven, en bij alle aardse zaken, zoals wonen eten kleden enzovoorts. Als je God vertrouwt doen die andere zaken er niet toe. Jezus leefde in volle kracht en Hij cijferde zijn leven volledig weg. En dat geldt ook voor zijn directe volgelingen, de discipelen. Allen hebben hun leven ingezet voor Gods Koninkrijk en velen hebben dat met de dood moeten bekopen.

Kiezen voor een leven met Jezus is dus riskant. En Jezus waarschuwt daar ook voor. In Lucas 6:22: “Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen” Dat is niet niks. Gelukkig geeft Hij tips hoe daar mee om te gaan (23): “wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap” Pardon? Je wordt door het slijk gehaald, psychisch vernietigd en je zegt: “YES!”  Doel bereikt?

Wie zou dat kunnen doen? Ik zet daar toch echt mijn vraagtekens wel bij.

Heeft u die bijsluiter gekregen en gelezen toen u belijdenis deed? Ik niet, misschien nog een idee voor in de kerkenraad.

Maar het blijft er niet bij, (23): “want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de Hemel.” We zullen er dus even op moeten wachten. En dat is ook iets dat we ons moeten blijven herinneren. Het offer dat je maakt is niet vergeefs, maar je beloning zal nog even duren. Maar dat zal niet hier op aarde zijn.

Kiezen voor Jezus en deze keuze ondanks alles vast houden heeft zo zijn consequenties. Maar het heeft ook zijn mooie kanten.

Zoek even op Joh.6: 5:

Toen Jezus om zich heen keek en zag dat de menigte naar Hem toe was gekomen, vroeg hij aan Filippus: “waar kunnen we brood kopen om deze mensen eten te geven?” Hij vroeg dat om filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat Hij zou gaan doen. Filippus antwoordde: “zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.”Een van zijn leerlingen, andreas, de broer van Simon Petrus, zei: “er is hier wel een jongen met 5 gerstebroden en twee vissen- maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?”

200 denarie, dat is tweehonderd keer een dagloon. Zeg dat tegenwoordig een dagloon 80 euro  (excl belastingen) is voor een volwassene, is het €16.000. Daar kan je heel wat brood voor kopen om iedereen slechts een klein stukje te geven. Maar zelfs als je uitgaat dat het dagloon minder zou zijn, genoeg om je inleven te houden, zeg een €30, dan praat je nog altijd over €6000. Genoeg om een dorp als Bennekom te voeden met een stukje brood.

En dan komt Andreas aan met 5 broden en twee vissen. Hij dekt zichzelf een beetje in, maar dat hij het überhaupt heeft durven zeggen. Iedereen zou hem toch uitlachen. 200 denarie is niet voldoende, maar de 5 broden van andreas zullen ons wel uit de brand helpen. Zo zullen ze misschien om hem heen staan.

Maar dit is revolutionair denken. Met het onmogelijke het mogelijke bereiken. Andreas nam het risico compleet afgemaakt te worden door de leerlingen en misschien ook wel door de menigte. Maar hij nam het risico. En samen met Jezus kon hij dat. En hij werd niet afgemaakt, maar serieus genomen en het wonder geschiedde. De menigte werd gevoed met 5 broden en twee vissen.

En dit zijn de mooie aspecten van het leven met Christus. Je mag geloven in het onmogelijke, in het mysterie van de 5 broden voor weet ik hoeveel mensen. Je mag geloven dat Jezus een oplossing heeft voor een probleem, al is het misschien niet jouw oplossing. Maar Hij gaat er mee aan de slag, op zijn manier.

Daarnaast kan geloven in Jezus ook moeilijk zijn. Kan je er voor worden uitgescholden, uitgelachen, gepest. En dan kan je twee dingen doen, je mond houden en doen alsof Jezus niet bestaat? Of toch voor Hem blijven gaan, ondanks alles. Dat laatste is het moeilijkste en ik denk dat heel wat tieners daar over mee kunnen praten. Geloven is niet Cool voor de wereld om ons heen.

Maar daarvoor is de kerk. De kerk is een oefenplaats om Gods woord te oefenen . Daaruit kwam ook mijn voorstel vanochtend om eens van plaats te wisselen, om zo iemand anders even te leren kennen. Iets heel kleins om te oefenen. En met kleine stappen kom je langzaam vooruit. En dat is een beweging.

En die stappen kunnen groter worden, misschien iets voor bij de koffie zo meteen, wat zou je willen doen in je buurt? Een straat BBQ organiseren, of contact maken met de buurman, of die ene meneer of mevrouw die je al tijden niet in de kerk ziet? En wat kost dat? Aan moeite, aan tijd, aan kosten?

En denk niet te snel te groot. De kerk is juist van kleine dingen. Ook Jezus werkte niet in het groot. Hij genas een enkeling, niet alle zieken van Israël.

En wat zou het offer zijn, dat je zou geven? Hoe groot is dat offer? Een offer van moeite, of tijd, of kosten? Of iets emotioneels? Of iets waar je heel erg aan gehecht bent. En vraag het ook aan Jezus. Ik bedoel, hij is je Heer, je houdt van Hem, hij is je vraagbaak. Hij wil het ons leren en laat ons niet los. Hij is je schuilplaats. En Hij zal je ook het antwoord geven. En dat zal niet altijd even leuk zijn, maar Hij zal dan ook met je meegaan.

Is Jezus leer Revolutionair? Gezien het voorafgaande denk ik dat zeker. En in een wereld waar een loterij 330 miljoen aan prijzen uitkeert, waar het nieuwste spelletje een hit is, waar een merk status inhoudt, waar likes tellen, waar het eten steeds luxer wordt? Dat alles laten vallen, terugvallen op de minimale basis van het bestaan om Jezus te volgen en er te kunnen zijn voor iemand anders?

Wat is er nodig voor jou, om God volledig te vertrouwen, in alle aspecten van je leven. En dan zo met Jezus mee te wandelen?

Michel Altorf- van der Kuil