Bron of beerput?

Reflectorfestival 2 juni 2013

Dagboek, 6 juni 2006:

Ik ben net wakker geworden. Ik lig in mijn tent op de top van een berg. De vogels twitteren al. Ik zie het langzaam licht worden en ik moet naar de WC. Ik kruip uit mijn slaapzak en doe de tent open. Een stille wereld ligt voor mij, een landschap in slaap. De dag gaat aanbreken, alle tekenen wijzen daar op. Het licht gaat weer de duisternis overwinnen.

De zon komt op. Oranje rood licht in het oosten. Een knalgrote bal die over de heuveltoppen verschijnt. Stralen die langzaam de boomtoppen beschijnen. De heuvels die donker afsteken tegen het opkomende licht. De dennentoppen die zich uitrekken, fier recht op staan voor de nieuwe dag. Majestueus rijst de zon achter hen op en kondigt die nieuwe dag aan.

Het uitzicht vanaf deze top is fenomenaal. Ik kijk neer op een dal dat gevuld is met ochtendnevel. Dat maakt het uitzicht spannend. Het lijkt alsof de nevels wat verbergen dat ik nog niet mag zien. Flarden nevel bruisen langzaam naar boven. De nevel wil zelf zien dat een nieuwe dag aanbreekt. De zon is nog niet zover dat het het dal bereikt. Dat maakt dit zo mooi. Het contrast is sterk. De blauwe lucht, die doorbroken wordt met oranje stralen van die gouden bal, de zon. De vaagheid beneden in het dal, verstopt door de ochtendnevel, en het blijft buiten het bereik van het licht. Die tegenstelling, zo mooi.

Dit kan de mens gewoon niet namaken. (Einde citaat dagboek)   Mocht u denken dat het daarbij bleef, nee. Ik ben uiteindelijk wel naar de WC gegaan, het veld overgelopen het toiletgebouw bezocht.

Precies 7 jaar stond ik met mijn tentje op de top van een berg, ergens in Frankrijk. Ik was op weg, Ik was op met de fiets op weg door frankrijk, voor het eerst sinds jaren trok ik op de fiets weer door het land. Niet wetende dat een andere reis juist begon. Ik was op weg op een damesfiets, drie versnellingen en weinig bagage. De fiets was de reden van deze tocht.

7 jaar geleden was ik met een damesfiets op weg naar Frankrijk, naar mijn prinses,mijn Wieke, nu mijn vrouw. Zij wilde al geruime tijd naar Frankrijk, en vlak voordat zij daadwerkelijk ging kregen wij verkering. Het leek Wieke handig om haar fiets ook in Frankrijk te hebben. Alleen had ze nog niemand die haar fiets naar haar toe wilde brengen. In de trein kon die niet mee. Dus bood ik haar aan om de fiets te brengen. Zonder auto, niet met de trein, maar al fietsend ben ik haar fiets gaan brengen. 900 kilometer hebben deze fiets en ik gedeeld. In voor en tegenspoed. Helling op, nog een helling op, eindelijk helling af, met tegenwind. Weer terug schakelen naar zijn 1. Het hele stuk vanaf Bennekom naar Frankrijk, haar fiets en ik, we hebben het samen gedaan, geen enkele helling heb ik gelopen. Dat heb ik geweten. En die fiets ook. Aan het einde was ik zo’n 8 kilo kwijt. En de fiets? De fiets is nooit meer de oude geworden, Kraakt en piept, loopt onregelmatig, maar ach, ze doet het nog.

Tijdens onze laatste verhuizing kwam ik dit dagboek weer tegen. Ik las over mijn eerste stappen in het christendom. Ik las hoe ik zonder veel bagage, met heel weinig bagage eigenlijk, mijn eerste stappen zette in de wereld van het christendom. 7 jaar geleden ging ik letterlijk op reis naar Frankrijk, en op het zelfde moment startte ook een lange reis in mijn christenzijn.

De vergelijking is zo mooi. Want 7 jaar geleden op de reis naar frankrijk had ik maar weinig bagage bij mij, omdat alles wat ik bij me had, in 1 rugzak moest passen. Die fiets bleef achter, ik ging met de trein weer terug. Aan het begin van mijn christelijke reis keek ik mijn ogen uit. Wat een wereld, wat eens schoonheid. Ik bezocht kerken en kloosters voor het eerst met een andere blik. Dit waren Godshuizen, dit waren Gods Huizen. God woonde hier. Ik kwam mensen tegen die ook van God hielden. Zoveel mensen met eenzelfde passie voor Hem. Met die letterlijke zonsopgang kreeg ik een wonderschone kijk op hoe mooi christenzijn kan zijn. Ik zag die opkomst van het licht, het doorbreken van de duisternis, het ochtendgloren dat boven de nevels in het dal uitsteeg.

Jezus! Wat was die mooi!

Nu, 7 jaar is het weer veranderd. Op mijn christelijke reis heb ik meer bagage meegekregen. En daarmee lijkt het alsof ook het weer grijzer is geworden. Er hangt als het ware een lage drukgebied boven mijn reis in het christendom. Het is weer is wisselvallig. De zon laat zich niet meer zo vaak zien, soms regent het, soms een buitje, soms drupt het wat, soms is het droog. En niet alleen het weer is veranderd, maar ook de wereld. Het lijkt drukker geworden. Iedereen loopt heen en weer, lijkt het, zonder doel.

Tijdens deze reis kijk ik naar de mensen die ik tegenkom en ik denk, jullie hebben precies hetzelfde weer. Ook binnen jullie christelijke leven hangt er druilerig weer. Zondags naar de kerk, woensdag Bijbelkring, dinsdag vergadering van commissie 1, eten beginnen met gebed, afwassen, oh nee, eerst nog even Bijbellezen. De regen hoort er evengoed bij als de zon, maar genieten doen we niet van beiden, we hebben het zo druk. Terwijl het zo mooi kan zijn!

7 jaar geleden was ik zo vol van die zonsopgang, dat ik besloot theologie te gaan studeren, aan de CHE. Ik hoopte aan het einde van die studie, dat ik de mogelijkheden bezat om mensen mee te nemen naar dit gebied voor zo’n zelfde zonsopgang! Hoe naïef kon ik zijn? Na het glorieuze begin van de zonsopgang op die berg, leerde ik in de kerk en op school over de Bijbel. Ik kreeg meer en meer kennis, ik loop nu met gemak door de Bijbel heen, ik kan citeren of teksten aanhalen. En anders weet ik ze wel te vinden.

Ik hoorde klasgenoten vertellen dat ze nu weer meer weten over God en over de Heilige Geest en dat ze daar in willen groeien, dat ze nog meer willen weten. Maar door meer te weten, leef je dan ook beter? En, kan je met de kennis die je opdoet, ook de werkelijke wereld in? Om een andere vergelijking te maken: Kan ik, bijvoorbeeld, door heel veel te lezen en en met heel veel mensen te praten over het auto’s ineens als vanzelf autorijden? Ik denk het niet.

Veel kennis van de Bijbel, zegt helemaal niets over jouw christen zijn. Terwijl dat, volgens mij, het is waar het om draait, het christenzijn. Jezus had veel kennis, ook hij zal veel de Bijbel bestudeerd hebben of anderszins. Maar met die kennis liep Jezus rond in Israël, met een berg afdankertjes. Vissers, nou, die stonken! Tollenaars! Die waren uitschot van de maatschappij. Simon de Zeloot, was een terrorist. Of een verzetsheld, ’t is maar van welke kant je het bekijkt. Zij waren de vuilnismannen, de schoonmakers en de deurwaarders van die tijd. Jezus liep naar de zwervers, hij zag naar ze om en hielp ze om een normaal leven op te kunnen pakken. Maar hij had ook oog voor de rijken. Hij had verdriet toen de rijke jongeling niet zonder zijn spullen kon. Dat is toch aller Jezus mooi, man!

Waarom leer ik niet hoe ik als christen een lichtend voorbeeld kan zijn. Waarom hoor ik wel dat ik aanwezig moet zijn in de samenleving, maar zie ik zo weinigen dat maar doen? waarom doet niemand dat voor! Bijvoorbeeld: we kijken om naar onze naaste. Dat uit zich vaak in het omkijken naar de mens die wij ook direct kunnen zien, vrienden, familie, kerkgenoten. Maar we vergeten onze naaste op afstand. Oh, aan vervolgde christenen denken we nog wel, maar ik doel op de mensen die onze koffie, chocolade en suiker leveren, onze mobieltjes fabriceren, noem maar op. De mensen die peper plukken, of thee, of cacao. Want, waarom hebben we in de kerk geen fairtrade koffie, thee en chocolade?

En, luisterend naar niet-christenen, en bij mij op de sportclub zijn er nog al wat, hoor ik heel andere dingen over ons. Het voorbeeld dat wij, christenen, geven is een voorbeeld van afwezigheid, beschermers van een verouderde traditie, beschermers van de zondagsrust. Christenen zijn op de achtergrond, houden zich over het algemeen stil. Ze trekken alleen hun mond open als de zondagsrust ter sprake komt, of abortus, of euthanasie, en hebben strenge regels om de lol uit het leven te halen. Dat is het imago van christenen.

Ik bedoel, we hebben de mooiste boodschap van de wereld, het meest wijze boek, een God die begint met feest vieren, waar wijn in overvloed is, waar mensen mogen genieten van het leven. Maar dat wat we tonen aan de wereld heeft een farizeese uitstraling. We houden ons bezig met wat regeltjes om de club en traditie bijeen te houden. Als farizeeën bij elkaar stellen we de regels op en wordt het levende geloof, de levende bron tot beerput gemaakt. Want die regels zijn er. Geen seks voor het huwelijk. Niet stelen.

Wij maken ons druk om de kleine regeltjes waaraan wij ons wel kunnen houden. Zondagsrust. Niet vreemdgaan, God loven en prijzen. Niet vloeken. Nee, ‘God verdom me’ mag je niet zeggen. Als christen mag je niet vloeken. Maar met je auto Gods schepping naar de verdoemenis helpen, dat mag dan weer wel.

En dan zit ik hier. Teleurgesteld herinneringen op te halen aan hoe het begon. Hoe het begon met mijn eerste stappen in de christelijke wereld. Ik kon nog over de heuvels kijken, wachten op die mooie zonsopgang. Ik kon luisteren naar de vogeltjes die met hun gekwetter de stilte doorbreken. Ik kon genieten van de eerste zonnestralen, die over de heuveltop kwamen en mijn tentje reikten. Ik kon de ochtendnevels zien, de flarden die langzaam opkwamen vanuit het dal. Hetzelfde dal dat nog zo dicht zat met diezelfde nevels, dat ik er geen blik in kon werpen.

Of kijk ik niet uit over een dal met nevels, maar is het smog en ligt het dal vol met blik?

Ergens in mijn achterhoofd hoor ik een stem. Nu hoor ik die wel eens vaker, het is mijn hotline met Jezus. “Michel” zegt Hij (Hij kent mij immers bij name) . “je hebt ergens gelijk, maar je hebt ook ongelijk” Meer niet.

Hij blijft een grapjas, die Jezus. Juist zoveel geven dat je het juiste gevoel krijgt, maar ook zoveel geven dat je weet dat je ingeslagen weg doodlopend is.

Kiezen voor God is één. Leven naar Zijn wil betekent dat je alles op kan geven, dat je de jongeling in jouw leven achterlaat en met God meegaat. Dat weet dat je als uitschot de wereld ingaat en een onmogelijke boodschap verkondigt. Dat je weet dat je, hoewel je in God gelooft, eerder vaker dan minder vaak de fout in gaat.  Want je weet namelijk dat je de fout ingaat.

Ook ik kan er beter over schrijven dan dat ik het daadwerkelijk doe. Ook ik praat liever over ons nieuwe huis en de inrichting van de tuin, hoe goed en biologisch dat wel niet is. Ook ik weet soms niet hoe ik mij moet gedragen als ik bij het station de zwerver zie staan. Ook ik vervuil het dal met blik en smog.

Maar elke keer kijk ik terug naar die zonsopgang. Elke keer hoop ik dat mijn bagage zo licht is, dat ik de volgende heuvel wel over kom. Elke keer hoop ik mijn tent weer zo op te zetten dat ik op een ochtend die zon weer kan zien schijnen over de toppen van de heuvels, elke keer hoop ik weer op die rust uit dat dal, dat dal dat in nevelen gehuld is.

En tot die tijd….

Kom dus mee, ga zwerven, ga leven volgens zijn naam. Wees niet bang dat je fouten maakt, het beter is fouten te maken dan alles gewoon te laten gebeuren. Wees eens kritisch naar jouw eigen gedrag. Leef alsof je nu op dit moment alles kunt opgeven. Pak het ding dat je het dierbaarst is en plaats het op marktplaats. Verkoop het, maak je vrij van deze aardse last en ga leven. Probeer een bron te worden voor anderen door te leven, in “Jezusnaam”!

 Michel Altorf-van der Kuil, Jun-2013