De keuze van Maria

22 december 2013, Lucas 1:26-38

Twee mensen staan hier in gesprek met Gabriël. God heeft Gabriël twee keer in korte tijd uitgezonden. Hij moet twee mensen een bericht brengen, een bericht van een geboorte. Beide mensen gaan een nieuwe fase van hun leven in. Ze gaan vader en moeder worden. En ze weten dat voordat er sprake is van een zwangerschap.

Deze twee mensen worden geroepen door God. God heeft een plan met de wereld en zij spelen daarin een belangrijke rol. Het leven van deze twee mensen wordt ondersteboven gehaald. En ook compleet ondersteboven. En dat realiseren zij zich ook. Wij hebben het hier over de priester Zacharias en de jonge vrouw Maria.

Plaats van handeling, Jeruzalem, de tempel. Een priester, met de naam Zacharias, heeft vandaag de taak het reukoffer uit te voeren. Zacharias is een priester, hij behoorde tot de stam van de levieten, mensen die hun leven geheel wijdden aan God, Mensen zonder land, levend van de tienden die het volk hen gaf. Een speciale groep mensen dus, door God vrijgesteld van het dagelijkse werk, juist om voor het volk tot spreekbuis te zijn naar God toe.

Zacharias is priester. Vandaag is het zijn taak om de priesterdienst te vervullen. Door loting mag hij het reukoffer opdragen. Het reukoffer? Wat is dat eigenlijk voor offer? Het reukoffer werd opgedragen in het heilige, voor het voorhangsel.  Het was een van de weinige oude rituelen die nog steeds werd uitgevoerd (lees Ex. 30:7; Lev. 16:17). Met het reukoffer werd er om verzoening gevraagd aan God. Deze verzoening werd gevraagd voor het hele volk van God. Het was een zeer belangrijk offer voor de Joden. Elke dag, zowel ’s ochtend als ’s avonds werd dit offer gebracht om het verbond met God voort te zetten. U kunt het ook lezen in Ex 30:7 (lev16:17) Dit offer was dan ook het allerheiligst voor God. En Zacharias wist dit. Hij was priester, hij was daarvan op de hoogte.

Zacharias, komt in het heilige en is daar niet alleen. Dat is op zich al raar. Maar goed, hij schrok dan ook. Er staat een Engel, en niet zo maar één, het was Gabriël. Gabriël was bekend, in Daniël was hij al eerder voorgesteld.

Zacharias ontvangt van Gabriël een pracht boodschap. Hij zal een zoon krijgen die de Messias zal aankondigen. Zijn zoon zal het volk op de  komst van de Messias voorbereiden.

Hij staat daar in het heilige, staat daar bij het allerheiligste offer, het reukoffer, en gelooft de boodschap niet. Hij ziet de engel, hij kon weten wie dat was, hij staat daar op de heilige grond en gelooft niet wat zijn oren horen. Of begrijpt hij die woorden niet?

Maria is de tegenspeelster. Maria ken ik voornamelijk als een lieve vrouw, de moeder van Jezus. En ik wordt daarin bevestigd, sla maar een kinderbijbel open: zij wordt altijd afgebeeld als een mooie lieve vrouw, die blij is als zij hoort dat zij de moeder van de Messias wordt. Maar was dat ook zo? Kon zij blij zijn met deze boodschap? Wie was Maria eigenlijk?

In de NBV die we zojuist gelezen hebben wordt zij genoemd als meisje. Andere vertalingen die ik kan lezen zeggen maagd. De eerste gedachte die bij je opkomt bij het woord maagd is: dat is iemand die nog geen seksuele omgang heeft gehad. Ik kan hier helaas niet verder op ingaan, want wil je hier daadwerkelijk een weloverwogen antwoord op kunnen geven, dan zal je toch wel Grieks moeten kunnen. Mijn Grieks is op dit moment niet beter ontwikkeld dan één uitsprak in de asterix en de menukaart van het lokale Griekse restaurant, dus ben ik hierin afhankelijk van vertalingen en bijbelcommentaren. Dat is voor mij reden genoeg om op dit aspect niet te diep op in te gaan. Daarnaast denk ik ook niet dat dit aspect van belang is binnen deze overdenking. Behalve dan om achter te komen wie Maria was. Ze was jong, en uitgehuwelijkt aan een man met genaamd Jozef. Het huwelijk was nog niet voltrokken. Maria was nog niet getrouwd, maar wel verloofd.  En, zoals Erik het vorige week uitlegde, de verloving is de eerste fase van een huwelijk. De man is nog bezig met het huis te bouwen, man en vrouw wonen nog gescheiden. Pas na het huwelijk zouden ze gaan samenwonen.

We lezen verder: Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’(1:28). De engel groet haar (hallo) vertelt haar dat God haar genade geeft, ze is uitverkoren, uitgekozen door God. En de engel bevestigd dat nog eens door Maria te vertellen dat God met haar is. En dat is  geen wens, maar een constatering, een feit.  De engel zegt als feit: God is met jou, Maria. Deze manier van begroeten is speciaal.  Ze schrikt hiervan, want dat is niet zomaar iets als de engel van God dat tegen jou zegt.  Wat heeft deze groet te betekenen?

Gabriël ziet dat ze schrikt en herhaalt zijn tekst. Hij verzekert haar dat God met/bij haar is. God kiest voor Maria. In het Spaans staat het er mooi, tu gozas del  favor de Dios, jij geniet de gunst van God.  Het geeft zo mooi de relatie aan tussen God en Maria. Genieten en gunst. God laat duidelijk blijken dat Hij  haar heeft uitgekozen voor een speciale taak, een roeping. Het is God die kiest.

Gabriël vervolgt dat: Zij wordt moeder van de een kind die de zoon van de allerhoogste zal worden genoemd. En het is een bijzonder kind, hij zal namelijk tot in eeuwigheid regeren over het volk van Jakob. Het moet door haar heen zijn geschoten: Gabriël heeft het hier over de Messias.

Deze mededeling van Gabriël moet bij haar behoorlijk wat vragen hebben opgeroepen.  En hoe was haar beeld van de Messias? Was dat beeld hetzelfde als wij van Jezus hebben? En ze zou zwanger worden, maar ze was nog niet getrouwd?

Ondanks deze vragen, gedachten,  reageert Maria anders dan Zacharias. Waarbij Zacharias in vers 18 vraagt om een teken: “op grond waarvan zal ik dit weten?, vraagt Maria: hoe gaat dit gebeuren dan? (vers 34) Ze wist echt wel waar kinderen vandaan kwamen, maar zij wist ook dat dit niet kon gebeuren voordat zij en Jozef getrouwd waren en dus samenwoonden. Maar Gabriel legt haar de conceptie. Het zal geen man zijn, Jozef zal het niet zijn, maar Gods geest.

Ter bevestiging van dit wonder vertelt Gabriël haar over het wonder dat Elisabeth overkomen is. Het wonder dat Elisabeth ook stil heeft gehouden voor de buitenwereld Maria was hiervan niet op de hoogte. Haar nicht Elisabeth is zwanger terwijl die aardig op leeftijd was en nog geen kinderen had gekregen. Kortom daar was wat mis, maar nu, op het moment dat het onmogelijk lijkt, is er wel wat gebeuren.. God kan dus dus dingen doen die voor mensen onmogelijk lijken te zijn.

Kennelijk is dat voldoende en Maria lijkt vol vertrouwen te zijn om Gods plan uit te laten voeren. Ik zeg: zij lijkt vol vertrouwen. Nergens kunnen we uit opmaken dat zij daadwerkelijk vol verzekering was in deze kwestie. Want het is nog al wat, dat God van plan is met haar leven.

Tot voor kort had ik een vrij eenvoudig beeld van Maria, ze was de moeder van Jezus. Maar eigenlijk is zij de eerste die haar leven in dienst stelt van Jezus. Nog voor de discipelen, nog voor welke leerling dan ook stelt zij haar leven in dienst van Jezus. En dat is nog al wat.

In dit Bijbelgedeelte zien we twee personen, twee levens die zo verschillend zijn, en zo verschillend reageren. En beide reacties hadden ook een ongelooflijke consequentie. Zacharias kwam uit het heilige en kon niet meer spreken. Er stonden mensen op hem te wachten. Hij moest de zegen uitspreken over het volk. Ook die dag. En die zegen bleef uit, althans die zegen kwam niet uit Zacharias mond. Maar omdat Zacharias geen geloof heeft verbonden aan Gabriëls woorden, kon hij niets meer zeggen.  En Zacharias wist dit. Op het moment dat Gabriël hem verliet wist Zacharias dat hij niet meer kon spreken. Hij realiseerde zich ook dat de wachtenden op het tempelplein zouden weten dat er iets gebeurd was in het Heilige en dat hij daar een aandeel in had.

Maar ja, had Maria het dan zoveel makkelijker? Kon Maria spontaan naar haar ouders rennen en zeggen: Pap, mam, ik ben zwanger! Maar het is niet van Jozef!  Niet echt een boodschap waar je populair mee wordt. En daar bovenop heeft zij ook nog de mededeling: Het is de Messias die ik verwacht!  Ik bedoel, er zijn er voor minder voor gek verklaard.

Zou Gabriël er nog iets mee te maken hebben? Een engel zie je ook niet dagelijks? Althans, ik niet. En in de tijd van het NT was het ook niet zo gebruikelijk.

Wat maakt het dat Maria en Zacharias op hun manier staan in hun keuze. Waarom reageren zij zo? Beiden krijgen een verzoek van God. Van God, van hun Heer die zij vertrouwen en aanbidden. Van Hem komt het verzoek. Ze kennen God en weten dat Hij geen onmogelijke dingen van zijn volk vraagt. Even naar mijzelf: Ook ik ken God en weet dat Hij mij dingen vraagt die ik wel kan uitvoeren. En zo niet dan vertrouw ik erop dat Hij mij wel helpt. Toch? Nou… Eigenlijk helemaal niet. Ik vertrouw erop dat het mij wel lukt, en zo niet dan vraag ik Gods hulp er wel bij. Of zoiets.

Maar om weer even terug in te zoomen op Maria en haar keuze. Waarom zegt zij ja tegen Gabriël? Haar antwoord zou je op kunnen delen in drie overwegingen. Maria’s eerste overweging zou kunnen zijn, wat zijn de consequenties voor mij en mijn omgeving als ik hier op in ga. Wat gaat er met mijn leven gebeuren als ik ja zeg op dit voorstel van God. Ze is nog niet getrouwd, hoe moet ze dit overbrengen aan haar ouders, aan Jozef? Mijn ouders, zullen zij mij geloven? Jozef, zou Jozef nog wel vertrouwen in mij hebben?  En wat zullen de mensen in mijn dorp wel niet reageren?  Zouden er geen roddels loskomen?

Dat zijn nog alleen maar de consequenties van de zwangerschap en de geboorte. Want hoe ver zou ze in de toekomst kunnen kijken hiervoor? Zou ze kunnen zien hoe ze Gods Zoon zou kunnen opvoeden en welke problemen dat met zich meebrengt? Maar misschien zijn dit overwegingen die veel te modern zijn voor Maria.

De gedachten over de eventuele consequenties kunnen zo maar meespelen met het accepteren van Gods taak.

Een tweede aspect in Maria’s overweging kan je zoeken in het voorstel dat Gabriël haar deed. Zij zou de Messias baren. Als wij terugkijken naar haar leven lijkt dat geen raar voorstel. Maar eigenlijk is hier wel sprake van een raar voorstel, buiten de gebaande paden die het Jodendom destijds had.

. Al kijken we maar even praktisch naar Maria’s situatie. Via Mattheus 2 (de wijzen die bij Herodes uitzoeken waar de koning geboren is) komen we uit bij Micha.  “En jij, Bethlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.” (Micha 5,1).

Bethlehem. Maar Maria woonde in Nazareth en niets wees er op dat zij spoedig een gedwongen verhuizing zou mee gaan maken.

Een ander punt, Elia zou de aankondiger zijn van de Messias. Ook Elia was nog niet gespot. En zij wist nog niets af van Elisabeth, zo lezen we in vers 24.

Een derde punt. Ten tijde van Maria leefden er messiassen die met gewapende acties de strijd aangingen tegen het beleid van de Romeinse overheersing. Bekend is Juda van Gamala (ook wel bekend als Juda de Galileër) die in het jaar 6 van onze tijd geëxecuteerd werd. De Messias kon gezien worden als iemand die de letterlijk de bevrijding kwam brengen.

Het lijkt mij sterk als Maria niet aan dit soort dingen zou hebben gedacht. En daarnaast, moeder worden van een strijdende leider, past dat wel bij je gezapige gezinsleven, waar je eigenlijk wel van droomt? Maria moet duidelijk haar beeld van haar leven bij gaan stellen.

En hoe moet de verwekking gebeuren?  Dus in hoeverre kwam deze mededeling van Gabriël wel voor in haar voorstellingsvermogen. Vond zij het niet raar, wat Gabriël haar vertelde? Snapte zij waarover Gabriël het had?

En het derde aspect, en misschien wel een heel belangrijke, had Maria een keuze hier in. Kon Maria deze opdracht weigeren? Kon Maria er van uitgaan dat, als het ware, God een lijstje had van mogelijke moeders voor zijn Zoon. Gabriël was nu dat lijstje aan het langslopen. Was zij de eerste van dat lijstje of hadden er reeds 9 geweigerd? Had Maria überhaupt de mogelijkheid om deze opdracht naast zich neer te leggen?

Wow, en hier kunnen we ons op heel glad ijs gaan begeven. Even los van Maria, Als God iemand een opdracht geeft, kan die persoon die opdracht weigeren? Het verhaal van Jona schiet je gelijk te binnen. En dan zeg je, nee. Een opdracht van God kan je niet weigeren, hoe dan ook zal je die uitvoeren. Maar is het verhaal van God zo zwart-wit. Want als dat zo is, waar zit dan jouw eigen wil? Waarom heb je die dan gekregen van God? Als je er toch niets anders mee mag doen dan Gods wil? Ben je dan geen marionet van God?

Maar als je Gods opdracht wel mag en kunt weigeren? Wat voor een God is dat dan. Dan aanbid je eigenlijk een God die aan de zijlijn staat. Op de reservebank zit en alleen in actie mag en kan komen als jij dat wilt. Een simpel ja of nee ligt hier niet om de hoek. Al hoewel?

Echt uitleggen kan ik het niet, maar ik kan het wel illustreren.  Geen mens leeft in een relatie loze wereld. Iedereen heeft op de één of andere manier een relatie met iemand anders.  Kijkend naar mijzelf kan ik een aantal relaties noemen: Met Wieke ben ik getrouwd, Mijn moeder leeft nog, mijn schoonouders ook. Zussen, schoonzussen en zwagers, neven en nichten heb ik. Naast mijn familie heb ik vrienden en vriendinnen. Ik sport, dus heb ik sportvrienden. Ik heb collega’s, ik ken jongeren van uit het werk. Ik kom naar de kerk, met jullie leef ik ook in een relatie. En een relatie is iets raars. Je kunt er heel veel van hebben, maar je kunt het niet vastpakken. Maar je kunt het ook niet omschrijven. Je kunt er voor kiezen, zoals bij vrienden, maar andere relaties die heb je gewoon, zoals familie.

Binnen die relaties zijn er mensen die je wel liggen en mensen die je wat minder mag. Wat grappig is, dat je zelfs een relatie hebt met mensen die je compleet negeert. Je hebt een relatie met hen, want je wilt ze niet zien.

Om hier iets dieper op in te gaan:: de hoeveelheid liefde die je toont bepaalt de waarde van de relatie. En dit werkt zowel in positieve als in negatieve zin.  Hoe meer je van iemand houdt hoe meer je wilt dat diegene dicht bij je is, hoe meer je iemand haat of negeert (negatieve liefde), hoe meer je wilt dat diegene absoluut niet bij je is.

Met die hoeveelheid liefde die je hebt binnen die relatie ga je ook raardere dingen doen. Dat merk je zeker als je verliefd bent, maar ook als je iemand absoluut niet meer wilt zien of spreken. Dan ga je om twaalf uur ’s nachts nog eens beginnen aan een rondje om Ede heen fietsen, vanuit Wageningen dan wel.  En we hadden beiden niet gedronken.

Aan de hand van de hoeveelheid liefde kan je  dus dingen gaan doen die buiten jouw gedachten wereld liggen. En dat komt voor een deel voort, omdat je er niet bij nadenkt. Maar ik denk dat de grootste motivatie voortkomt uit de liefde die jij proeft in de relatie met de ander.

Of jij nu de afwas doet omdat je partner nog de kerkvergadering moet voorbereiden, Of je nu tijd vrij maakt voor die vriend of vriendin die dik in de problemen zit en er met jou daar over wilt praten. Of jij nu je ouders helpt met die rotcomputer die weer niet wilt doen wat zij willen doen!  Je doet het (misschien voor een deel) niet omdat het moet, maar omdat je het wilt doen. Uit liefde voor een ander.

Weer terug naar Maria. Volgens mij zal  Maria  overwogen hebben wat de consequenties zijn geweest. Maria kan echt verbaast zijn over het beeld van de Messias dat Gabriël schetste. Een beeld dat zo afweek van haar eigen gedachten. Maria kan ook echt overwogen hebben of zij deze moeilijke opdracht had kunnen weigeren. Maar toen God bij haar kwam en zei: “Maria, zou jij mij kunnen helpen?” ruimde Maria tijd in voor God en zei: “Ik zal U helpen.” Vanuit haar relatie met God antwoordde zij positief op de hulpvraag van God. Ondanks dat wat er verder met haar leven zou gaan gebeuren.

Nu krijg ik niet zo vaak bezoek van een engel. Ik weet niet hoe dat met u is, maar hemelse engelen zijn mij onbekend. Toch heb ik wel het idee dat God mij nodig heeft. En misschien ook wel voor acties die wat minder zwaar wegen dan waarvoor Maria gesteld werd. Gelukkig wel, eigenlijk. Maar zijn ze daardoor ook minder belangrijk voor God? Dat denk ik niet. Toch geef ik wat minder makkelijk antwoord op Gods vraag dan Maria. Ik denk na over de consequenties die mijn antwoord zouden kunnen hebben. Angst voor de gevolgen speelt mee. Wat gaat er gebeuren, kan ik dit wel aan?

Ik denk na of het wel past in mijn denkbeeld van God en zijn plan. Lijkt het mij wel leuk? Past het wel bij mij? Waarom ik? Waarom niet iemand anders?

Op de een of andere manier probeer ik mij te drukken, weg te lopen. Ik probeer te leven zoals andere mensen om mij heen, dat valt mij veel lichter, dat is makkelijker. Maar waarom doe ik zo moeilijk? Hoe zit het met de relatie die ik heb met God? Hij kent mij, Hij stelt mij geen onmogelijke opgaven voor.

Maria laat zien, dat haar relatie met God op de eerste plaats staat. Op de één of andere manier heeft zij vertrouwen in God, en daarmee in zijn plan met haar.  Haar dorpsgenoten met hun geroddel, haar familie die geschokt kan reageren, zelfs haar partner, Jozef, staan lager in rang. God had een plan met haar, en zij geeft aan dat zij die wil uitvoeren. Ongeacht alle ellende die daaruit voort kon vloeien. Zij accepteert Gods moeilijke taak.

En hoe zit dat bij u? En bij mij? Door stil te blijven staan en niet te handelen kom ik niet in actie. Door vragen te blijven stellen en er over blijf na denken sta ik niet in de wereld als een licht, ik ben geen smaakmaker. Geen zout. Zullen mijn lippen gesloten blijven, zoals bij Zacharias. Zullen Gods daden niet naar buiten gebracht worden, althans, niet door mij.

Maria vertelde God dat zij haar leven in dienst stelde van God. Wat het haar ook kostte.

Amen