Geloofstwijfel

Overdenking 28 dec-2014, Psalm 10

De videoclip laat jongeren zien, die geschminkt zijn als levende doden. Ze hebben plezier, ze leven zich uit, ze doen waar ze zin in hebben. Ze leven bij de dag. Ze hebben lak aan dat wat hoort. Wie doet ze wat? Niemand toch? Wat maakt het uit wat ze doen. Het zal hun een zorg zijn. Dus nemen ze het ervan. Feesten, alcohol, liefhebben, een beetje rondrijden in de auto en ze skateboarden midden op straat. Het leven is aan hun, de jongeren in de clip nemen het ook zo aan. Wie doet ze wat? Wat maakt het nu uit? Nu leven we, morgen is een andere dag. Mocht u denken, die jeugd van tegenwoordig?… Het leven bij de dag is niets nieuws. Youp van ’t Hek riep het twintig jaar geleden ook al: je leeft nu en maar 1 x, een tweede x is nooit bewezen….

Het lied heet Prayer in C, een gebed in C, een muzikaal gebed dus. Het lied beschrijft de reden van het gedrag van deze jongeren. God is afwezig in de wereld. God schrijft niet meer, Hij zegt niets meer. Terwijl wij ouder worden, onze huizen worden verwoest en onze kinderen sterven, blijft het stil. De wereld gaat dood en blijft woest en ledig achter.

God, Waarom doe je niets? Aan het einde is de wereld weer terug bij af, is de wereld overstroomd en leeft er niets en niemand meer. De stilte heerst. God, dat zou U toch niet prettig vinden?

Het lied in de videoclip gaat over de twijfel aan God. Het lied in het boek (de psalm) gaat eigenlijk over hetzelfde. Prayer in C daagt God uit (kom maar op) en op hetzelfde moment twijfelt het lied aan zijn bestaan.

Want wat hoor je nog van God, de laatste tijd? Onlangs nog een profeet op bezoek gehad? Of heb je er een ergens gespot? Ik niet. Maar de wereld gaat wel dood. Dat zie je aan alle kanten. Een eiland van plastic afval midden in de oceanen, mensen die elkaar massaal afmaken en dan ook nog af en toe een natuurramp.

Dat is de wereld waarin wij leven. Een wereld vol ongeloof. Een wereld waarin je vooruitkomt, zonder God. Dus waarom zou je naar de kerk gaan? Waarom zou je überhaupt geloven in God?

En kijk maar naar de mensen om je heen die niet in God geloven: Zij lijken succesvol, zij halen de goede cijfers op school. Zij hebben veel volgers op facebook, Zij hebben wel een vaste vriend/ vriendin, zij hebben wel kinderen, zij hebben wel een eigen huis en een leuke auto, zij hebben wel werk en leuke collega’s. Maar zij ontkennen ook dat God bestaat. Zij spotten met God, en, zoals ik al eerder aangaf, zij zeggen dat het geloof in God een zaak is voor domme, goedgelovige mensen. Dat christenen mensen zijn die achter iemand aan lopen en niet zelf nadenken.

Het leven van vandaag gaat heel erg over het moment van nu. Over wat je deelt op facebook. Dus waarom zou je je dan zorgen maken over iets dat misschien na de dood zich pas afspeelt? Want wat stelt het leven na de dood nog voor? Als God dan zo nodig wel bestaat, waarom merk ik daarvan niets in mijn leven?

Zo’n soort vraag stelt David in Psalm 10. En deze psalm staat daarin niet alleen. Psalm 10 staat in een groep van klaagpsalmen. Vanaf Psalm 3 tot en met psalm 14 is een groep van klaagpsalmen. Een klaagpsalm is een psalm waarin een klacht naar God wordt beschreven. Een klacht die de huidige situatie van de schrijver beschrijft. Een klacht met de ellende die de schrijver overkomt of bezighoudt. Hij doet zijn beklag bij God . Hij weet ook dat als hij zijn beklag doet, dat hij gehoord wordt en dat God uiteindelijk een einde aan die situatie zal maken. Klaagpsalmen kunnen persoonlijk zijn. Psalm 10 kan je zeker zo lezen.

Zoals ik al zei, psalm 10 staat in een reeks psalmen. Vanaf psalm 3 tot en met psalm 14 is een reeks van klaagpsalmen, met uitzondering van psalm 8 en 9. Deze staan als juichpunt centraal in een reeks van ellende. Een lichtpunt in een reeks van ellende. Een punt van optimisme en vertrouwen, als alles grauw en duister is.

Psalm 10 hangt aan psalm 9. Als je een Willibrord of Statenvertaling hebt, dan zie je Hebreeuwse letters voor psalm 9 en psalm 10 staan. In NBV zijn die verdwenen in een voetnoot bij Psalm 9.

Psalm 10 vervolgt het alfabet dat psalm 9 begon. Het Hebreeuwse alfabet natuurlijk. De regels van de verzen beginnen met opeenvolgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Een Acrostichon wordt dat genoemd, een ABC-tje.

In psalm 9 en 10 is het Acrostichon niet compleet. De letter Dalef ontbreekt (4e letter van het alfabet). Maar Psalm 10 volgt psalm 9 op. Het alfabet eindigt niet in psalm 9, het loopt door in psalm 10. Dat geeft een andere blik op psalm 10. Want er spreekt hoop uit psalm 9. De hoop op de goede afloop gaat in dit geval voor op de aanklacht. ‘God vergeet de armen niet, voor de zwakken is niet alle hoop verloren'(9:19) wordt herhaalt in 10:12.

Boven Psalm 9 staat: “op de wijs van ‘de dood van de zoon’, een psalm van David”. Inhoudelijk zou je zeggen dat Psalm 9 een vrolijke psalm is. Een lied als ‘de dood van de zoon’ lijkt mij geen vrolijke wijs hebben. Zou het lied ook betrekking kunnen hebben op het sterven van de zoon, misschien Davids zoon Absalom?

In Psalm 10 lezen we over iemand die het goed gaat, die tekeer gaat tegen alles wat God verboden heeft en waar niet ingegrepen wordt. Absalom was zo iemand die binnen het huis van David te keer ging. Absalom kon dat ook. De situatie aan het hof van David was na Davids affaire met Batseba veranderd. Het lijk dat David na deze affaire uit zijn hof van Eden is verbannen.

Want ineens merkt David welke ellende mensen elkaar aandoen. Zijn rotsvaste vertrouwen in God wankelt. Binnen zijn eigen familie slaat de ellende om zich heen. David kijkt er naar en ziet het niet, of hij kan het niet zien. David grijpt niet in, hij doet er ook niets aan en laat het gebeuren.

David wankelt op dat moment. Bij hem heerst twijfel en gebrek aan vertrouwen. Vertrouwen in zichzelf en het vertrouwen in God. Omdat David zo wankel is, loopt alles ook mis, als in een aflevering van een soap. Hij neemt geen beslissingen meer en laat alles lopen, of hij grijpt te laat in. Voor David lijkt het dat God zich op afstand houdt.

David merkt dit wel, en het kan dus zijn dat hij toen deze psalm schreef.

Ergens in zijn achterhoofd hoort David nog iets van zijn vroegere hoop. Maar het gejubel uit psalm 9 is verstomd. En hij probeert dat nog te omschrijven in de laatste verzen van psalm 10. Maar woorden als eeuwig, heilig, machtig, zegen, of zingen, jubelen, vreugde, ontbreken bij het verzoek van David aan God om in te grijpen. Het vertrouwen lijkt ver weg te zijn. De vraag die David stelt in vers 1 lijkt niet te worden beantwoord. Waarom bent u zover en waarom verbergt u zich in tijden van nood. Het lijkt net als of David zelf geen vertrouwen heeft in een positieve afloop. Hij beschrijft het rechtspreken van God als een feit. Hij lijkt te hopen dat het zal gebeuren. Maar erg zeker, er overtuigd klinkt het niet.

En misschien zit jij in net zo’n situatie als David. Jij merkt niets van God. God bemoeit zich niet met de wereld, of het waar is, is een tweede. Maar jij ervaart dat wel. In jouw eigen geloof. Je mist de aanwezigheid van God in je leven. Je gaat naar de kerk omdat je van je ouders moet. Je gaat naar de kerk om vrienden te ontmoeten, je gaat naar de kerk om misschien nog iets op te kunnen vangen van Gods aanwezigheid.

Maar als je terugkomt van de kerk merk je niets anders dan een leegte. Je hebt God weer niet ontmoet, je merkt niets van Hem.

Of je mist God in jouw dagelijkse leven. Je gebed is leeg. Je bid niet meer. Of je prevelt een standaardgebed. Of je gebed bestaat uit een paar loze woorden waarvan je hoopt dat iets daarvan terecht komt bij God, maar je hebt er maar weinig vertrouwen in.

Dus waarom zou je nog in God geloven als je niets van Hem merkt in je dagelijkse leven? Als God in jouw leven ontbreekt, wat heeft het geloof dan nog zin? Waarom zie je geen lichtpuntje in de je geloofsduisternis, zoals psalm 8 een lichtpuntje is in een reeks van klaagpsalmen? Waarom zou je dan nog in de Bijbel lezen? Of bidden? Waarom zou je je dan niet over geven aan de grillen van de wereld en leven met de dag, zoals in de videoclip? Waarom zou je God en de kerk niet de rug toe keren?

En waarom eigenlijk ook niet? Het zijn vragen die actueel zijn en relevant. Hoeveel ouders horen hun kinderen deze vragen stellen? Hoeveel jongeren stellen deze vragen aan zichzelf? Hoeveel gelovigen stellen deze vragen aan zichzelf. En waarom stellen zo weinigen deze vragen hardop? Ik illustreer het even uit eigen leven.

Ik ben een herintreder. Ik heb een hervormde opvoeding gehad, maar op mijn 16e verliet ik de kerk. Ruim twintig jaar later, 8 jaar geleden werd ik christen. Op een andere manier leerde ik God kennen. 8 jaar geleden had ik nauwelijks enige twijfel. Maar na ruim een jaar begon mijn geloof al te kraken. Mijn frisse prille geloof verdween in een grauwe brei van dogma’s en theologische discussies. Mijn geloof verdween in een wirwar van veel gepraat en weinig wol.

Ik stelde voor mij relevante vragen (wat doet de kerk met de discriminerende oproepen van Geert Wilders? Waarom hoor ik geen tekenen van verzet, als hij toespelingen maakt tegen een minderheidsgroepering?) maar kreeg geen, of nauwelijks een antwoord.

Zo maar een voorbeeld in een reeks van meer, die langzaam het vertrouwen in God ondermijnden. Daardoor durfde ik geen vragen meer te stellen en trok mij steeds meer terug. Weg van de kerk. Weg van het geloof.

Maar lees eens psalm 10. En let eens op de woorden die staan geschreven in vers 12 en 14: Sta op Heer. Hef uw hand, God. Vergeet de armen niet. (…) Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand. Op u vertrouwen weerloze mensen, de wezen, u komt hen te hulp.

God vergeet de armen niet en komt op voor weerloze mensen. Niet voor de sterken die het leven op eigen kracht kunnen leiden. God komt voor de weerlozen en zwakken.

Dus dit is jouw moment, jij die heftig twijfelt aan het bestaan van God. Dit is jouw moment. Jij bent een weerloos mens. Noem het maar een arm en ziek mens. Voor die mensen is God er. Juist voor hen die twijfelen. Zei Jezus dat ook niet: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.”(matt:9:12).

De kerk is ook niet meer dan een middel van God om Hem op te kunnen zoeken. Als Jezus de dokter is, zou de kerk dus het ziekenhuis kunnen zijn. Een ziekenhuis voor hen die twijfelen in hun geloof. Maar je zou ook de kerk kunnen zien als internetforum waar je vragen kunt stellen. Of als wikipedia, waar je antwoorden kunt zoeken. Of als datingsite, waar je mensen kunt ontmoeten die met het zelfde probleem rondlopen, of juist open staan voor allerlei soorten vragen. En stel ook alle vragen:

  • Is Jezus wel de redder?
  • Is Jezus echt wel gestorven aan het kruis?
  • Waarvan redt Jezus mij dan?
  • En wat is daarvan het nut in mijn leven?
  • Ben ik wel zondig? Ik leef toch goed?
  • Is de Bijbel wel van kaft tot kaft waar?
  • Ik merk niets van de Heilige Geest. Bestaat de Heilige Geest dan wel?
  • Waarom kan je je maar één keer laten dopen? En niet zoals bij de hindoes elke drie jaar (Khumbha Mela)
  • Of één waarmee ik zelf (nog steeds) mee worstel: het geloven in God en Jezus, mag dat ook op mijn manier, of moet dat zoals de kerk het me voorschrijft.

De kerk zou daarvoor een veilige omgeving moeten zijn. Een veilige omgeving juist om vragen te stellen waarin je geloof in twijfel getrokken kan worden. Zoals je in een ziekenhuis, een veilige en rustige omgeving hebt waarin je aan je herstel kunt werken.

Om vragen te stellen die jouw geloof in God belemmeren, zal de kerk dus een veilige omgeving moeten zijn. En misschien kan dat heel eenvoudig door terug te grijpen op Jezus tekst, toen hij antwoord gaf op de vraag waarom Hij zich begaf onder zondaars : “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.”(matt:9:12). Jezus begaf zich onder de mensen als dokter. Dat betekent dus dat als Jezus de dokter is, dat wij als christenen zijn instrumenten zijn. Zeg maar zijn stethoscoop, zijn echo-apparaat, zijn röntchenfotoapparaatdinges. Wij stellen geen diagnose, wij weten niet wat de juiste handeling is. Het enige dat we kunnen doen is analyseren. Dat betekent dat we in gesprek moeten gaan met de zieke en veel luisteren, vragen stellen en alleen een mening geven wanneer de patiënt daar om vraagt. Maar boven al moeten wij er van overtuigd zijn, wij kunnen geen oplossing bieden. Wij kunnen de mens in de crisis, de zieke, niet genezen.

Als God afwezig is in jouw leven, lijkt het dat God niet bestaat. Terwijl je toch eens voor Hem gekozen hebt. Het voelt dat God je verlaten heeft. Het leven lijkt leven zoals in de clip. Een feest tussen levende doden. Het voelt alsof je leven aards is en niet meer dan dat. Het het kan lijken als of er geen einde aan komt. Maar volgens mij hoort dat juist in het geloof. De twijfel aan God, het bestaan van Jezus, de onzekerheid. En deze twijfel kan heel lang duren. Maar sta het toe. Geef dat gevoel eens de ruimte. En praat er over met mensen die je vertrouwt, of met de mensen van de nazorg. Je kunt hen bellen, het nummer staat op de nieuwsbrief, maar ook straks na de dienst kan je met hen praten. Zij zijn te herkennen aan de badges en staan achter in de kerk. Of met mij.

Zie de kerk als ziekenhuis en ontmoet de stethoscopen, de mensen waarmee je een deel van je leven kunt delen. Mensen die jou een veilige ruimte kunnen geven om de, misschien goddeloze, vragen te kunnen stellen. En dat is spannend. Dat vind ik zelf ook. Ik vind het spannend om iets te laten zien van mijn geloof. Want ik ben nog steeds bang dat ik voor mijn manier van geloof afgebrand wordt. Dat mijn manier van geloven en toepassen geen goede manier is.

En God dan? Is Hij dan nu ver weg en verborgen? Moeten we alles dan nu zelf doen? Nee, dat denk ik niet, want het antwoord is in vers 17: “U, Heer, verhoort de wens van de nederigen. U bemoedigt hen en luistert met aandacht”

God is er bij aanwezig. Hij luistert met aandacht, Hij is er bij.

Amen.