Alle berichten door tothebeach67

Kan jij genade geven?

28 juni 2020, overdenking:  Jona 1;  zie ook bijbehorend kindermoment en powerpointpresentatie

Als we het boek Jona verder lezen, en dan lezen we over hoe Jona wordt opgeslokt door een grote vis. Die hem na drie dagen op het strand uitspuugt. Vervolgens komt God weer bij Jona en vraagt hem nog een keer om naar Ninevé te gaan. Jona pakt de wandeling op en gaat naar Ninevé. Hij spreekt daar over Gods dreiging. De mensen in Ninevé geloofden Jona en bekeerden zich tot God. En zelfs de koning van de stad kwam tot bekering en riep op algemene boetedoening. Iedereen moest rouwen om wat hij of zij gedaan had, dat slecht was. Met de hoop dat God misschien op andere gedachten te brengen is. En dat blijkt. God spaart de stad. Ninevé blij, Jona niet.

Dit was even een heel korte samenvatting van de andere drie hoofdstukken. Misschien interessant voor u om nu te lezen, misschien wat later.

Tijdens de overdenking maak ik gebruik van een powerpoint presentatie. Deze ppt is niet per se noodzakelijk, maar er komen een aantal vragen (in deze leesversie staan die als afbeelding in het grijs er tussen geplaatst). Zeker aan de jeugd en jongeren zou ik vragen, schrijf die vraag over, denk er over na en praat er na de overdenking samen met je ouders over. Misschien zet het hun ook aan het denken.


Wat we lazen in Jona1 is meer dan alleen een reisverslag met alle kommer en kwel. Jona wordt geroepen door God. Ze kennen elkaar. Dat blijkt niet uit de eerste verzen van dit boek, zelf niet in het eerste hoofdstuk, maar dat blijkt uit het tweede en derde vers in Jona 4:

Hij (Jona) bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die ​genadig​ is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot ​vergeving​ bereid. Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’

Jona en God zijn geen onbekenden voor elkaar. Jona denkt al tijdens het eerste gesprek met God te weten welke kant het op gaat. De missie, het doel van de reis, zal niet tot doel komen. Hij moet het zware werk doen. Hij moet reizen naar Ninevé. Ik heb daar een plaatje van gemaakt, zodat je een beetje de indruk krijgt van de afstand. Volgens Google ziet dat er zo uit. Dit is de wandeling.

In Ninevé  moet hij de mensen vertellen over de plannen van God. En juist op het moment dat hij achterover kan gaan zitten, op een heuvel om dan als ramptoerist de gevolgen van zijn woorden te kunnen bekijken, de stad Ninevé die verwoest wordt, zal God over zijn hart strijken en gebeurt er uiteindelijk niets. Althans Job ziet daar niets van. Dat is gewoon balen.

En het was ook niet zo maar een reisje. Ninevé was een belangrijke stad in Assyrië. En Assyrië was de vijand van Israël. En niet zo maar een vijand. Assyriërs stonden bekend als boosaardige mensen. En dan zeg ik het nog lief. Ze veroverden de gebieden op een eenvoudige, maar afschrikwekkende manier. In plaats van de steden te belegeren, en zo te dwingen tot overgave, terroriseerden ze gewoon de omgeving. De dorpen werden uitgemoord, de mensen werden verkracht, gemarteld op zo’n manier dat de veilige steden, achter de muren, zich gewoon overgaven. Door terreur is dat rijk groot geworden. En zelfs zo groot dat God zegt dat er in die stad zoveel boosheid heerst/is, dat het tot in de Hemel rijkt. De boosheid van de mensen heeft zich, om zo te zeggen, opgestapeld en is zo hoog geworden, dat het bij God in de Hemel is aangekomen. God kan het gewoonweg niet meer negeren.

Naar die mensen mocht Jona gaan. Hij moest zelfs naar het centrum van die mensen. Met Gods opdracht. Dat God de stad zou verwoesten.

Dat is niet niks.  Niet voor Jona. Niet voor de Assyriërs. Niet voor God.

De Assyriërs horen Jona’s boodschap aan, zo lezen we in het derde hoofdstuk. Ze luisteren naar hem. Ze weten wat hij zegt, en ze zijn onder de indruk. Want direct tonen ze berouw over hun zonden. Ze weten dat ze verkeerd bezig zijn en hebben daar spijt van.  Ze gaan in rouw. En ze gaan diep, ze eten niet, ze drinken niet. Ze roepen een soort straf over zichzelf af, om te laten zien dat ze anders willen gaan leven. En ze hopen dat dit indruk maakt bij God. En dat deed het, God zag wat er gebeurde en toonde zijn genade. En dat is wat.

We gaan weer terug naar  hoe het begon in Jona 1. Jona heeft geen zin om naar de Assyriërs te gaan om daar Gods boodschap over te brengen. Hij gaat naar Jofa, wat aanzienlijk dichter bij Jeruzalem ligt.

In Jofa zoekt Jona een boot naar Tarsis. Waarom Tarsis vertelt het verhaal niet. Het zou gepland kunnen zijn, het zou ook gewoon toeval kunnen zijn. Maar Tarsis ligt een behoorlijk eind weg, waarschijnlijk in Spanje.

Aan de andere kant van de middelandse zee, aan de andere kant van de wereld in die tijd, misschien? 1000 uur wandelen, volgens Google, of zo’n 4000km met de boot. Dat waren geen cruiseschepen, maar veel kleinere schepen, met roeiers en zeilen. Gebouwd van hout, hoop ik maar. Want van papyrus zou ook  zo maar kunnen. Ook niet gering, maar aan de andere kant, men kende toen ook niet beter.

En hier komt de zelfgemaakte boot uit het kindermoment erbij. Deze is niet gemaakt als idee voor het kindermoment. Het is eerder omgekeerd gebeurd. Als ik de Bijbel lees en een overdenking voorbereid, dan probeer ik mij daar een beeld bij te vormen. Hoe ziet iets er uit, bij wat ik lees. En in dit geval, besloot ik een boot te bouwen en die bemannen met playmobil. Ik heb gespeeld met die boot, om te kijken wat er daar aan boord met Jona gebeurt. Hoe raar het misschien ook klinkt, ’t Is gewoon exegese, bestuderen van de tekst.

God roept Jona, hij gaat op weg, naar de haven, Jofa. En hij pakt daar de boot.

Jona komt aan boord en hij gaat kennelijk benedendeks en valt daar in slaap. Ze vertrekken. Er was geen wolkje aan de lucht. Want anders waren ze echt niet vertrokken.

Maar onderweg gaat het stormen. God laat het stormen, omdat Jona zijn opdracht ontloopt? We denken het, maar dit hoeft niet het geval te zijn.

God laat het stormen en de bemanning raakt in paniek. Ze maken het schip lichter, reven de zeilen (hijsen het op, of halen het weg). Zo krijgt de wind minder grip op de boot en ligt het hoger op de golven. Het schommelt misschien wel erger, maar de golven kunnen zo minder stuk maken.

Ondertussen roept elk bemanningslid zijn God aan. De schipper ziet het gebeuren en denkt aan de betalende passagier. Die zal ook wel een God hebben, en beter nog een God erbij, die misschien kan helpen. Je weet maar nooit.

De schipper schudt Jona wakker en roept hem op tot zijn God te bidden. En dan krijgt Jona een probleempje. Want hoe bidt je tot een God waarvan je wegloopt? En het wordt nog lastiger. Want de bemanning komt erachter dat het Jona’s schuld is dat die storm opstak. Dus die willen weten wat er aan de hand is. 

En Jona vertelt dat hij voor de God die de hemel en aarde gemaakt heeft is weggelopen. Hoe dom kan je zijn! Weglopen voor de grootste God, zo reageert de bemanning. Ze vragen Jona om een oplossing en die weet Jona wel. Gooi mij maar in zee. Maar dat wil de bemanning niet. Wil ze dat niet? Dat is ook wel te snappen, je gooit niet zomaar iemand in de wilde zee. Of heeft God hen ingegeven Jona een kans te geven? We zullen het niet weten.

De storm blijft aan, wordt sterker, en de bemanning roeit en roeit, tegen de storm in. En ze weten steeds beter, we gaan dit niet redden. Onder protest en onder verontschuldigingen naar God toe, werpen ze Jona uiteindelijk in zee en de zee werd kalm.

En hoe kwam dat nou? Was Jona een middel om de zee glad te krijgen? Je gooit de oorzaak weg en het probleem is opgelost? Of had het ook anders gekund?

Ik denk het laatste. Jona had niet overboord gegooid hoeven worden. Hij wist dat de Heer genadig was. Dat hadden we immers gelezen in 4: 2, 3. Hij wist dat als hij tot God gebeden had dat de storm dan ook voorbij was. Hij wist als hij God zijn spijt had getoond en in de eerste haven van boord was gegaan om naar Ninevé te gaan, dat de storm over was. Maar hij deed het niet. Jona weigerde te buigen, hij was stom geweest, hij heeft niet gebeden tot God op het moment dat het nodig was, hij liet de roeiers roeien tegen de storm in. Volgens Jona moest hij overboord gegooid worden, omdat hij dat verdiende. Hij was van God weggelopen, toch?

Geen genade dus voor hem. Zo kan zijn gedachten zijn geweest.

Hoe hard kan je voor jezelf zijn? Hoe hard ben jij voor jezelf? Kan je iets voorstellen van Jona’s reactie? Bij Jona draait het om actie-reactie. Jona denkt: Ik doe iets fout, daarvoor krijg ik straf. En voor Nineve, bij de Assyriërs denkt Jona hetzelfde: Zij doen iets fout, zij krijgen straf. En daar is niets aan te doen.

Maar werkt dat zo? Nee, niet bij God.

Het klopt dat er niets aan te doen is, maar het klopt niet dat dit principe altijd zo werkt. In beide gevallen zou hier sprake kunnen zijn van een onverdiende gunst. Een gift, een cadeautje, van God.

En een voorbeeld daarvan zien we juist gebeuren bij de Assyriërs, de inwoners van Ninevé.

In Ninevé is de boosheid die de Assyriërs hebben veroorzaakt opgestapeld als een berg die tot God reikt. De berg boosheid ligt bij God tot op de stoep. Als Jona de stad in komt, dan vertelt Jona hun dat. Door Jona’s komst naar de stad worden ze daarop gewezen. En kennelijk doet hun dat wat. Ze lachen Jona niet uit, trekken hem niet de nagels uit, terroriseren hem niet, maar doen precies het omgekeerde. Ze denken na over wat ze gedaan hebben. Ze denken na over wat ze fout hebben gedaan en wat de gevolgen zijn. De stad met alles er op en eraan zou verwoest worden. Alles wat ze hebben opgebouwd zou niet meer bestaan. En ze kijken niet eens naar hun bezit, ze kijken verder dan dat. Ze realiseren zich dat ze Gods gunst hebben verspeeld, terwijl ze God niet of nauwelijks kennen. Misschien uit angst voor hun eigen bestaan, misschien uit spijt of wroeging, maar de draaien hun leven om, ze be-keren zich. De Assyriërs zeggen sorry dit was fout wat we gaan doen, we gaan het anders doen. En God ziet dat gebeuren gebeuren, in Ninevé, de stad in die woestijn. Hij ziet de verandering, de ommekeer. En God zegt, het is goed. Zand erover. Ehm, juist net niet. De stad blijft gespaard. En jullie levens daarbij. Meer niet. Geen randvoorwaarden, geen extra regels, geen hogere belastingen. “het is goed. Ik zal jullie sparen.”

Dat is genade. God toont zijn liefde voor de mensen en hij accepteert hun ‘sorry’. Hij zegt, ik vergeef het jullie, jullie mogen zelfs opnieuw beginnen. Ik accepteer je als mijn kind, ik houd van jullie. Ga weer spelen in die zandbak en probeer het goed te doen.

Genade is iets dat je krijgt, zonder dat je het verdiend en het komt onverwacht. Je kunt het niet van te voren inschatten. Je kan het ook niet afroepen.

En genade geeft een nieuw begin. Je mag vanuit genade je leven opnieuw beginnen. Het start weer.

En uiteindelijk zo ook bij Jona. Jona, die Zo keihard is voor zichzelf. Jona die liever overboord gegooid wil worden, dood wilde gaan, dan dat hij tot God zou bidden dat hij een fout heeft gemaakt. Jona, die zijn trots niet inslikt, die weet dat hij een fout maakt en zegt dat hij de straf die daarbij hoort verdient. Jona, die zich de vrijheid niet gunt, de vrijheid die Gods genade hem kan geven. En daardoor zijn leven moeilijke maakt.

Terwijl God hem wel genade schenkt. Hij laat Jona niet doodgaan. Hij laat Jona opslokken door een grote vis, en daarmee redt God Jona. Niet dat Jona dat door lijkt te hebben. Hij dankt God voor zijn redding, maar zijn trots ligt nog steeds dwars. En dat merk je als hij na zijn bezoek aan Ninevé, buiten de stad de verwoesting van Ninevé wil gaan kijken. Dan blijkt dat hij nog niets begrijpt van Gods genade, van Gods visie/blik op de wereld. De stad  Ninevé wordt uiteindelijk niet verwoest. En Jona is boos op God. Zijn eigen werkweigering en de (gratis)  redding van God is hij al weer vergeten. Die Assyriërs zijn fout bezig, die moeten worden vernietigd. Punt.

Hij blijft hard voor zichzelf. En ik snap niet waarom..

Nou ja,

Het is lastig om toe te geven als je fout bent. Het is mooi om genade te geven, maar om te ontvangen is best wel moeilijk. Want je moet toegeven dat je een fout hebt begaan. Je moet toegeven dat je fout zat, dat jouw leven niet juist was. Je moet je klein maken, nederig zijn, je trots laten schieten, niets zijn. En dat is moeilijk.

Want genade ontvangen betekent dat je je klein moet maken,

Dat je op de knieën gaat,

Voor God of voor mensen,

 

Met je billen bloot,

Je nederig maken,

je trots opzij zetten,

jezelf opzij zetten,

niet meer op de voorgrond zijn.

 

Want genade ontvangen is:

Weten dat je fout zit

Weten dat je schuld hebt

Weten dat je iets gedaan hebt

Wat je niet mag doen

 

En dat ook zeggen.

 

En genade ontvangen is ook

Willen veranderen

Je leven beteren

Een omkeer maken

Niet een kleine, maar een volledige

De andere kant opgaan

Genade ontvangen is  een nieuw begin met jezelf, met je omgeving, met de mensen om je heen en met God. Jona zette zich daarvoor niet open, hij wilde liever dood dan toegeven dat hij fout zat. Daarom wilde hij overboord.

 

Maar Jona kon ook geen genade geven:

Want genade geven betekent:

Dat je op de knieën gaat,

Voor God of voor mensen,

 

Met je billen bloot,

Je nederig maken,

je trots opzij zetten,

jezelf opzij zetten,

niet meer op de voorgrond zijn.

 

Genade geven betekent ook

Weten dat je fout kunt zitten

Weten dat je schuld kunt hebben

Weten dat je iets gedaan hebt,

Wat je niet mag doen.

 

En dat ook zeggen.

 

Genade geven betekent ook dat je wilt veranderen,

Het is ook een nieuw begin

In jouw leven

In het leven van de ander,

In je omgeving, met de mensen om je heen

En met God

Genade geven kan je als je weet hoe het is om genade te ontvangen. Je hebt het mee gemaakt, het is iets van jezelf. Genade is iets van jezelf dat je ook aan de ander kunt geven.

En als God ons zijn genade schenkt, en dat doet hij, dan ontvang je dus een beetje van God zelf. Iets van God zelf zit dus in ons. En dat kan en mag je dus uitdelen. Denk daar eens over na.

Amen

 

En deze vraag wil ik de ouders meegeven.

De vragen die ik aan de jeugd en jongeren heb meegegeven zijn bedoeld om over te praten na de overdenking. Dat moment is nu.

Als jullie kinderen hebben nagedacht over de vragen die ze hebben gekregen, praat dan nu met ze.

Zet de livestream uit en wees bij hen.

En na het gesprek, kunnen jullie de dienst afsluiten via kerkuitzending gemist.

 

Michel Altorf- van der Kuil